Bespreek jouw vragen en mogelijkheden altijd met je diabetesverpleegkundige, gynaecoloog en lactatiekundige IBCLC. Vraag naar het beleid wat jouw ziekenhuis hanteert op de kraam- en kinderafdeling.

 

Diabetes Mellitus, ook wel suikerziekte genoemd, heeft de vrouw al voor haar zwangerschap. Hierbij maakt je lichaam te weinig insuline aan of reageert je lichaam niet voldoende op de insuline. Diabetes Mellitus is ongeneeslijk. Je zwangerschap zal onder controle worden gehouden door meerdere specialisten in het ziekenhuis.

 

Diabetes Gravidarum, ook wel bekend als zwangerschapssuiker of zwangerschapsdiabetes, is een aandoening, waarbij de zwangere vrouw tijdens haar zwangerschap een hoge bloedsuikerspiegel ontwikkelt. Dit komt door de veranderende hormoonwaarden, die ongevoelig worden voor insuline, waardoor de bloedwaarden kunnen stijgen. Na de bevalling zal Diabetes Gravidarum weer verdwijnen. Bij Diabetes Gravidarum (met insuline) wordt je zwangerschap overgedragen naar de 2e lijn en zal de gynaecoloog jouw zwangerschap verder begeleiden.

 

Het effect op de baby van een moeder met Diabetes is de kans op snellere groei en een hoog geboortegewicht. Ook wel macrosomie genoemd (vaak geboortegewichten boven de 4000 gram). Omdat de baby de bloedwaarden gewend is vanuit de baarmoeder en dus zelf meer insuline aanmaakt, heeft het kindje een grotere kans op schommelingen in de eigen suikerspiegel. De bloedsuikers van je kindje zullen geprikt worden en in de gaten gehouden worden of deze stabiel blijven. Per ziekenhuis is dit beleid/glucoseprotocol anders. Sommige ziekenhuizen prikken alleen wanneer de moeder insuline heeft gehad tijdens haar zwangerschap. Sommige ziekenhuizen voeden standaard de baby bij om schommeling in suikers te voorkomen. Een dip in de suikers van je kindje heet hypoglycemie. Bij hypoglycemie maakt je kindje te weinig glucose aan. Glucose is nodig voor de energiebehoeften van je kindje en de hersenen hebben een constante aanvoer van glucose nodig. Daarom is het belangrijk om de waarden te meten en daar het beleid op aan te passen. Het beleid zal o.a. zijn dat je kindje elke 2 a 3 uur extra voeding krijgt.

 

Omdat de kans groot is dat je kindje bijvoeding moet hebben na de geboorte, is  de meest optimale voeding voor je kindje jouw moedermelk. Tijdens de zwangerschap zou je kunnen starten met prenataal kolven. Overleg dit ook altijd met je eigen gynaecoloog en maak beleid met een lactatiekundige IBCLC. Door prenataal te kolven, stimuleer je het op gang komen van de borstvoeding, leer je zelf kolven met de hand (wat na de bevalling ook goed van pas komt) en kun je wellicht een voorraadje aanleggen. Het voorraadje kun je invriezen thuis en meenemen naar het ziekenhuis. Ook daar de melk meteen in de vriezer doen! Na ontdooien mag het nog 24 uur gebruikt worden.

 

Omdat je met diabetes een grotere kans hebt op een inleiding rond de 38e week van je zwangerschap, heb je niet veel tijd om te kolven. Je kunt starten rond de 36e week van je zwangerschap. Het kolven doe je niet met een apparaat; hier zijn geen onderzoeken van wat het effect kan zijn op jouw zwangerschap. Met de handen kolven is wel onderzocht en kan gedaan worden, in overleg met de gynaecoloog.  Bij grotere kans op vroeggeboorte, baarmoederafwijkingen, tweelingzwangerschap e.d. wordt prenataal kolven afgeraden. Tijdens het kolven maak je het hormoon oxytocine aan. Ditzelfde hormoon maak je ook vrij tijdens de bevalling. De theorie zou dus kunnen zijn dat je de bevalling zou kunnen opwekken. Het hormoon komt niet in zulke hoeveelheden vrij. Tijdens het krijgen van een orgasme maak je meer oxytocine aan. Alleen als moeder een verbod heeft op seks (advies gynaecoloog) zou er wellicht een risico kunnen ontstaan.

 

Colostrum stabiliseert de glucosespiegel van de baby, daarnaast is veel huid-op-huid contact belangrijk. De glucosewaarden dalen wanneer een kindje gescheiden is van de moeder, huilt of het koud heeft. Dit kost energie. Zorg daarom voor veel huid-op-huid contact. Daarnaast draagt het contact bij aan het opgang komen van de borstvoeding. Door de diabetes kan het op gang komen van de borstvoeding iets vertraagd zijn en is extra stimulans effectief. Borstvoeden zorgt bij de moeder ervoor dat de glucosewaarden dalen. Bij moeders met Diabetus Mellitus kan daarom vaak de dosering van de insuline lager.

 

Optimaal borstvoedingsbeleid is belangrijk: regelmatig kleine hoeveelheden voeding geven zorgt voor stabiliteit van de suikerspiegel van de baby. Indien er volgens het glucoseprotocol extra voeding gegeven moet worden kan moeder starten met kolven, zodat de baby moedermelk kan krijgen. Kolven met je handen is erg effectief. Colostrum komt in kleine hoeveelheden en plakt vaak in de kolfschelpen/kolfschacht bij elektrisch kolven, waardoor je veel van de waardevolle colostrum kunt verliezen. Tijdens het kolven met de hand vang je het op, op een lepeltje of klein bakje en kun je het meteen aan je kindje geven. Borstvoeding moet eerst op gang komen, waardoor je met kolven soms de eerste dagen niet kunt voorzien aan de richtlijnen van het glucoseprotocol. Donormelk om je kindje mee bij te voeden zou dan een mooie optie kunnen zijn voor jou en je kindje. Je kindje krijgt geschikte voeding en jij hebt de rust en tijd om de borstvoeding op gang te laten komen.

 

* Over donormelk zullen wij de komende periode een blog schrijven.

 

Hoge suikerwaarden van moeder of een wisselende spiegel geeft een vergrote kans op Candida en borstontstekingen. Neem in geval van klachten en/of twijfel contact op met een lactatiekundige IBCLC.

 

* Borstvoeding heeft veel gezondheidseffecten voor je baby; de kans dat je baby op latere leeftijd zelf diabetes (mellitus) zal krijgen is flink verminderd.